Aankomst en Vertrek, afscheid van Koen van Velsen

Koen van Velsen
Bert Dirrix
Michiel Noy
Patrick Buck
Spoorbeeldevent2014
Geertje Ponjée

Op woensdag 19 november nam Spoor­bouwmeester Koen van Velsen in de theaterzaal in het Spoorwegmuseum in Utrecht onder grote belangstelling afscheid en stelde zijn opvolger zich voor: architect en stedenbouwkundige Bert Dirrix. In een enthousiasmerende speech gaf Koen van Velsen een inkijk in zes jaar Spoor­bouwmeesterschap. Daarnaast waren er verhalen van Bert Dirrix, Michiel Noy (directeur NS Stations), Patrick Buck (president-directeur ProRail) en Geertje Ponjée (manager Bureau Spoor­bouwmeester).

Speech Koen van Velsen

Koen van Velsen zijn eerste kennismaking met het spoor vond plaats in 2004 bij aanvang van het grote NSP stationsproject in Breda. Hij merkte als ontwerper van dit project al snel dat de ambities van ProRail, NS en de gemeente Breda dicht bij de zijne stonden. “Ze wilden niet alleen een station, ze wilden aan gebiedsontwikkeling doen. Dat paste fantastisch op mijn eigen visie. We wilden allemaal een gebouw voor en van de stad maken, een gebouw voor de reizigers met comfort en een uitstraling die iedereen zich kan herinneren.”

Van Velsen gaf toe dat hij toen hij in 2008 gevraagd werd om Spoor­bouwmeester te worden eigenlijk al geen nee meer kon zeggen. “Ik was al verslaafd aan het spoor en de publieke betekenis. En die verslaving is alleen maar erger geworden”. Hij had wel een angst: “ik bemoei me overal mee, zeker op m’n bureau. Hoe zou ik het voor elkaar krijgen om twee dagen daar weg te zijn? Maar iedereen zei: dat moet je doen! Sterker, misschien waren ze er wel blij mee. En ik heb het gedaan. In die tijd is mijn eigen bureau gegroeid. Ze hebben de ruimte gekregen en genomen. En ook ik ben gegroeid dankzij deze mooie functie die ik heb mogen bekleden.”

Van Velsen liet in zijn voordracht talloze voorbeelden zien van beleid en concrete projecten waaraan hij de afgelopen jaren gewerkt heeft. Terecht ging veel aandacht uit naar het Spoorbeeld: het vormgevingsbeleid van de sector. De verbreding van het Spoorbeeld was een belangrijk wapenfeit. Ook benoemde hij de nieuwe Visie op stationsoutillage en de Visie op Informatie die beide essentieel zijn voor het karakter en de uitstraling van het spoor.

Koen van Velsen was Spoor­bouwmeester in een periode waarin bijna alle grote stations in Nederland een metamorfose doormaakten: van Rotterdam tot Amsterdam en van Utrecht tot Den Haag. Daar is ontzettend veel bereikt. We lopen in Nederland echt voorop, constateerde hij. De kwaliteit en de aandacht is hoog. Maar naast al die grote stations is er nog veel meer. Erfgoed, kleine opgaven, kleine interventies, nieuwe sanitaire voorzieningen. Alles verdient eenzelfde aandacht.

Ook vroeg Van Velsen aandacht voor de integrale aanpak. Dit is de sleutel tot het succes. “Als we elkaar toestaan met elkaar mee te kijken, kritisch en opbouwend, dan kunnen we veel, heel veel bereiken.” Wat dat betreft verdient de samenwerking tussen de spoorbouwmeester, de rijksbouwmeester en de lokale stadsbouwmeesters bij veel grote stations navolging. Werken in zulke interdisciplinaire kwaliteitsteams is van grote waarde.

Koen van Velsen vond het een eer te hebben mogen werken voor het spoor. Hij sprak het volste vertrouwen uit in zijn opvolger Bert Dirrix. “Er ligt een prachtige basis, er is enthousiasme bij de spoorpartijen, het Spoorbeeld staat op de rails, er staat een prachtig team bij Bureau Spoor­bouwmeester en er liggen tal van mooie opgaven die op het lijf van mijn opvolger geschreven zijn.”

Bert Dirrix treedt aan

In zijn ‘aanvaardingsspeech’ sloot Bert Dirrix aan op het verhaal van Koen van Velsen. Hij stelde dat er een geweldige uitgangspositie ligt om mee verder te gaan. “Ik sta aan het begin van een nieuwe fase in mijn carrière en vind dit een prachtige uitdaging. Toch twijfelde ik wel toen ik door NS en ProRail werd gevraagd om het stokje van Koen over te nemen. Past dit bij mijn competenties en ambities? De twijfel was kort want al snel heb ik volmondig ja gezegd.”

Drie zaken gaven voor Dirrix de doorslag. Allereerst de inspirerende en enthousiasmeerde toon van het Spoorbeeld. Hij gelooft in deze aanpak en insteek. Het daagt uit en heeft de breedte die we momenteel nodig hebben. Ook benoemde hij de nadruk op verbinden, samenwerken en uitdagingen aangaan als een belangrijk motief achter zijn ‘ja’. “Verbinding en verdieping gebeurt door samenwerking. Ik werd enthousiast door optimistisch perspectief van Spoorbeeld en merkte bij NS en ProRail dat dit een breed gedragen belofte is. Ik wil het daarom graag uitdragen en verder brengen. Een gezamenlijk doel is de sleutel voor succes.”

Ook voelt Dirrix zich thuis bij het idee dat gebruiker echt centraal staat. “Toen ik jaren terug begon als ontwerper vond ik mijn eigen doelen belangrijker. Tegenwoordig weet ik dat dat niet de insteek moet zijn. Sterker, door juist de gebruiker centraal te stellen wordt de opgave veel interessanter en boeiender. Dat verdient het spoor, zeker vanwege het sterke publieke karakter.”

Dirrix ging verder in op de enorme transformatie die het spoor al geeft ondergaan. “De interactie tussen reizigers onderling en hun omgeving en het personeel is anders geworden: veiliger, comfortabeler en interessanter. Een conducteur vraagt tegenwoordig of hij u nog kan helpen.”

De uitdaging ligt volgens Dirrix in de publiek zaak en de enorme transformatieopgave. Veel grote stations zijn nu op weg. Daar kunnen we trots op zijn. Maar er zijn nog talloze andere. Sommige zijn makkelijk. Ze liggen goed en hebben potentie. Bij andere dreigt leegstand. Het is van belang om voor al die plekken te zoeken naar een passende nieuwe dynamiek. We moeten de bestaande waarden en identiteiten in evenwicht brengen met nieuwe eisen en wensen en ook met de omgeving.”

NS en ProRail lovend over Koen van Velsen

In zijn speech benoemde Michiel Noy (directeur NS Stations) dat het niet voor niets is dat hij twee termijnen aanbleef als Spoor­bouwmeester. “Je hebt het goed gedaan, zo goed dat we je na de eerste drie jaar graag wilden houden. Je bent een verbinder geweest op talloze dossiers die, als je niet oppast, in onze sector juist snel uit elkaar drijven.” Noy noemde onder meer de Visie op Informatie maar ook de SITS (Stations in Tijdelijke Situaties). “We hebben 400 stations in Nederland en de onhebbelijke gewoonte ze af en toe te verbouwen. Dat leidt jaarlijks tot vele stations die aangepakt worden. Daar is met het SITS iets slims voor bedacht: herbruikbare panelen die ook in verbouwingen voor herkenning zorgen.” 

Noy roemde ook de stijl van Van Velsen. “Je bent de spiegel, de stok en het geweten met typerende vragen als ‘Weet je wel zeker dat je dit wilt?’ of ‘We hadden dit afgesproken, en gaan we nu dit doen?’. Ook gaf Noy aan dat er eigenlijk nooit echt onenigheid is geweest, zeker niet over ontwerp en esthetiek. Ze vonden elkaar vrij snel. Ook benoemde Noy de wijze waarop van Velsen zijn rollen in Breda altijd goed heeft weten te scheiden. “Je was scherp en hield het zuiver en dan kwam Nathalie [de Vries] om jou waar te nemen.”

Ook Patrick Buck (president-directeur ProRail) was lovend. “Samenwerking is voor jou verbinden. Dat schrijf jij met hoofdletters. Je hebt er voor gezorgd dat we dat nu overal veel beter doen.” Ook memoreerde hij een excursie voor de directies van ProRail en NS waar Van Velsen juist niet de kwaliteit liet zien maar die delen van het spoor die nog wel wat aandacht kunnen gebruiken. “Je nam ons mee naar de open vlakte rond Sloterdijk en de onderkant van Utrecht Centraal en liet zien dat dit zo niet langer kon.” Ook haalde Patrick Buck een moment aan in Rotterdam waar Van Velsen zij: in deze hal gaan we toch geen grijze stoeptegels neerleggen? En gelukkig, we hebben de ambities hoog gehouden. Ze zijn er niet gekomen. In tegendeel”

Volgens Buck waren gesprekken met Koen van Velsen altijd welkome afwisseling. “Ze gingen nou eens niet over tijd, scope en geld maar over de beleving en het beter en mooier maken van spooromgeving. Je leerde ons ook systematisch te denken over stations met de stationsdomeinen. Dat ging er bij die rationeel opgeleide ingenieurs natuurlijk in als Gods woord in een ouderling.” 

Buck sloot af met de constatering van Van Velsen misschien wat te vroeg weggaat. “Veel stations waar jij bij betrokken was zijn nog in aanbouw. Ze horen nog bij jou. Misschien is het goed wanneer je in ieder geval altijd aanwezig bent bij de opleveringen. Beschouw dat als jouw nagalm van zes jaar succesvol Spoor­bouwmeesterschap.” 

De middag werd afgesloten met een mooi verhaal van Geertje Ponjée, bureaumanager van Bureau Spoor­bouwmeester over het Spoor­bouwmeesterschap en het werken met Koen van Velsen.