Kunst bij het spoor

De veranderende opgave en ambitie van het spoor bieden kansen voor kunst. Het moment is daar om de grenzen van wat mogelijk is bij het spoor (weer) te verleggen en uit te breiden. De aandacht voor kunst wordt ingegeven door een nieuwe benadering, waarbij er een verbreding optreedt in het creëren van samenhang in het ontwerp, naar het beleefbaar maken van de spooromgeving als geheel. Dit essay blikt terug op de rijke traditie van kunst binnen het spoor en kijk vooruit naar een toekomstige toepassing van kunst binnen de volle breedte van het spoor.

Kunst in de openbare ruimte is een vorm van openbare rijkdom. Het verrijkt de omgeving. Kunst creëert openbaarheid door omgevingen te benoemen en te verstoren. Een eenvoudig gedachten experiment is vaak al voldoende om mensen de ‘onzichtbare’ waarde van kunst te doen beseffen: denk alle kunstuitingen van decoratie en monumentale beelden tot iconen en herdenkingsmonumenten weg uit het straatbeeld en de leegte spreekt boekdelen. Hetzelfde geldt voor spooriconografie, design, grafiek, aan het spoor gerelateerde beelden en de met de architectuur geïntegreerde kunstwerken. Zonder dat alles zou van het spoor als merk en het spoor als herkenbare omgeving weinig overblijven.

Toch moet kunst zijn positie steeds bevechten en verantwoorden, omdat het effect en nut zich niet gemakkelijk laat vergelijken met de prestaties in techniek en logistiek. Maar wie zich verdiept in de geschiedenis van het spoor of eenvoudigweg de schoonheid van reizen en van stations tot zich laat doordringen weet het al lang: kunst en openbaar vervoer gaan heel goed samen.